Verkiezingsprogramma

Volle kracht vooruit!

Programma WAD’N PARTIJ Harlingen

voor de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014

De overheid is van en voor de burgers en werkt daarom eerlijk en transparant, zonder verborgen agenda’s en onnodige geheimzinnigdoenerij. Daarbij dient bedacht te worden dat er tegenwoordig veel wantrouwen bestaat van de burger t.o.v. de overheid. De gemeente Harlingen, zowel politiek als ambtelijk, is zich daarvan bewust en spant zich in om het vertrouwen fundamenteel te doen toenemen.

1) Het recente REC-rapport van de Noordelijke Rekenkamer is een groot compliment voor de duizenden burgers van Harlingen die zich vier jaar geleden massaal verzet hebben tegen de komst van de afvaloven.

 De REC is indertijd door de provincie met deels leugenachtige argumenten doorgedrukt, tegen de wil van de overgrote meerderheid van de bevolking van Harlingen, en dat gegeven staat nog steeds als een huis. De argumenten op grond waarvan hij er niet had mogen komen zijn nog volledig van kracht en zijn door het rapport van de Noordelijke Rekenkamer alleen maar sterker geworden. Het mag hier dus niet bij blijven: een rapport met hoe fout de bestuurders en politiek bezig zijn geweest, excuses en de belofte dat ze het nooit meer zullen doen en dan weer over tot de orde van de dag. Dit rapport is het onwelriekende politiek-bestuurlijke verhaal. Daarna is het nu tijd voor het technische en volksgezondheidsverhaal. Daarvoor is grootschalig, absoluut onafhankelijk onderzoek nodig, dat moet leiden tot een rapport waarvan de conclusies en aanbevelingen door iedereen geaccepteerd zullen worden. Die expertise is in Nederland niet 100% onafhankelijk te vinden en zal dus in het buitenland gevonden moeten worden.

2) De normen voor hoogbouw in en rond het centrum van Harlingen worden aangescherpt.

Harlingen heeft een enorme monumentendichtheid, maar de kwaliteit van de stad staat of valt niet alleen met het beheer van het monumentenbestand, maar ook met de inkadering daarvan in het totale stadsbeeld. En dat stadsbeeld wordt in toenemende mate verpest door de bouw van te hoge blokkendozen aan de rand van de historische binnenstad.

3) Gezamenlijk, algemeen toegankelijk onderwijs voor alle kinderen.

 Godsdienstvrijheid is een groot goed, maar behoort tot het privédomein. Anno 2014 hoort godsdienstige achtergrond niet langer de organisatorische basis te zijn voor goed onderwijs voor iedereen. Het is (belasting)geld verspillend en leidt tot onnodige segregatie.

4) Harlingen is en blijft een zelfstandige gemeente.

 De bevolking heeft overduidelijk gekozen voor zelfstandigheid en deze zal voortdurend en overal door het gemeentebestuur verdedigd worden.

De huidige burgemeester van Harlingen is een waarnemer, waarvan in de benoemingsprocedure is bepaald dat die zo kort mogelijk zou moeten zitten. Direct na het besluit van de gemeenteraad om de referendumuitslag te eerbiedigen had er dus een einde moeten komen aan het waarnemerschap van de heer Sluiter. We zijn nu een half jaar verder en het wordt de hoogste tijd dat er iets gebeurt. Er zijn twee mogelijkheden: óf er wordt een open sollicitatieprocedure gestart voor een reguliere burgemeester, óf de waarnemend burgemeester wordt voor een normale ambtstermijn benoemd. De eerste optie is het meest helder en principieel en heeft om die reden de voorkeur. Harlingen heeft echter ook behoefte aan rust en continuïteit zodat pragmatisch de tweede optie onze voorkeur krijgt. Wel dient dan duidelijk afgesproken te worden dat de heer Sluiter zich niet opstelt als drijvende kracht achter een ambtelijke fusie van Harlingen.

5) De haven wordt z.s.m. verzelfstandigd tenzij er sterke en vooral harde argumenten op tafel gelegd worden om dat niet te doen.

 De Harlinger haven is al jaren verlieslijdend. Dat is geen boekhoudkundige abstractie, maar betekent concreet dat de Harlinger bevolking al jaren opdraait voor de (miljoenen)tekorten van het havenbedrijf. Dat is onacceptabel. Blijkbaar doet de gemeente op dit vlak dus iets niet goed en daar moet een einde aan komen.

6) Het gemeentebestuur ontwikkelt een plan van aanpak om de werkgelegenheid in Harlingen kwantitatief én kwalitatief op een hoger niveau te brengen.

 Harlingen behoort al sinds jaar en dag tot de 20 armste gemeenten van Nederland, hieraan dient, mede door dit plan, binnen 10 jaar een einde te komen. Doel is dat Harlingen in 2030 zelfs niet meer tot de 50 armste gemeenten behoort. De gemeente zal hiertoe met alles en iedereen samenwerken die een bijdrage aan dit doel kan leveren. Waarbij bedacht dient te worden dat niet de politiek banen schept, maar het bedrijfsleven. De gemeente dient dus bedrijven te enthousiasmeren voor Harlingen en te faciliteren en te ondersteunen en zeker geen onnodige bureaucratische obstakels op te werpen. Werkgelegenheid is van cruciaal belang voor Harlingen en dient dus top-prioriteit te krijgen. Groen en duurzaam worden hierbij wel nadrukkelijk als kernwaarden meegewogen.

7) De gemeente neemt initiatieven om tot een Waddensamenwerkingsverband te komen waarvan alle aan de (zuidelijke) Waddenzee gelegen gemeenten deel uitmaken.

 Dit samenwerkingsverband vindt zijn grondslag in de gezamenlijke belangen, overeenkomsten en mogelijkheden die de ligging aan het werelderfgoed met zich meebrengt. De samenwerking overschrijdt op natuurlijke wijze provinciegrenzen en dient het belang van alle deelnemende gemeenten. Het verband kan en mag organisch groeien en zal dus niet gebaseerd zijn op een blauwdruk die op een bepaald moment van kracht moet worden. De gemeente zal actief werken aan het slechten van eventuele obstakels, argwaan en vooroordelen en voortdurend met open vizier en een positieve instelling streven naar het ontwikkelen en uitbouwen van de samenwerking. De deelnemende gemeenten behouden hun eigenheid en zelfstandigheid.

8) De gemeente beschermt de oude stad beter en verlevendigt de nieuwe stadsdelen.

Harlingen is een stad van monumenten en een monumentale stad in het klein en die dienen veel beter beschermd te worden, niet alleen “en detail” – dat gebeurt al – maar vooral ook in het totaalbeeld, en dat gebeurt te weinig. Daarnaast dient het moderne deel van de stad veel vrijer en moderner te worden, met zelfbouw en hûs en hiem fry. Daarmee kun je je als gemeente nu nog onderscheiden, waardoor je nieuwe bewoners kunt aantrekken, dringend noodzakelijk in tijden van krimp en onverkochte bouwkavels en waardoor je een gevarieerdere stad krijgt. In de gevarieerdere stad van vroeger schuilen onze monumenten van heden. Trek dat door naar de toekomst.

9) De gemeente dient op te komen voor de privacy van haar burgers.

 Privacy is een fundamenteel principe, een grondrecht en een mensenrecht, onlosmakelijk verbonden met een democratische rechtsstaat. Privacy is niet iets wat je afdoet met de mededeling “ik ben geen crimineel en heb niets te verbergen, dus ze mogen me afluisteren en bespioneren wat ze willen”.  Met zo’n houding negeer je de principiële kant. Daarom is het buitengewoon zorgwekkend dat ook overheden van democratische staten steeds minder respect hebben voor dit grondrecht – van de VS tot Nederland. Dat juist die twee landen zich hier ook aan bezondigen is ernstig. De VS staat al meer dan 100 jaar bekend als “the land of the free” en Nederland heeft al sinds de gouden eeuw het aureool van vrijheid en verdraagzaamheid. (Obama zei dat 100% veiligheid niet kan samengaan met 100% privacy, maar daarmee maakte hij zich wel héél makkelijk van de privacy-schendingen af, temeer daar al die schendingen nooit zullen zorgen voor 100% veiligheid, maar wel een aantasting zijn van 100% democratie.)

10) De gemeente Harlingen pleit voor legalisering van softdrugs net als veel andere gemeenten al eerder deden.

Het doel is: Legaliseren en reguleren van softdrugs om die daarmee uit het criminele circuit te halen en een eind te maken aan de juridisch idiote situatie dat je wiet wel mag verkopen, maar niet mag inkopen of telen. Als de gemeente volgens de regering het beste de jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg kan uitvoeren dan geldt dat zeker voor de uitvoering van regulering van softdrugs. En de opbrengsten komen ten goede aan de gemeentekas en niet aan criminelen.

11) De gemeente streeft ernaar het ambtenarenapparaat te verkleinen, het mean and lean te maken en te houden, zoals dat zo mooi heet.

Sportbeleid betekent niet meer sportambtenaren, maar meer ondersteuning van sportverenigingen; cultuurbeleid betekent niet meer cultuurambtenaren, maar enthousiaste ondersteuning door de gemeente van particuliere cultuurinitiatieven; jeugdbeleid betekent niet meer jeugdambtenaren, maar stimulerende ondersteuning van initiatieven in de samenleving. Dat kan in de vorm van geld, maar bijv. ook door gratis advies, gratis of makkelijker vergunningen. Beschikbaar geld (en dat zal er de komende jaren waarschijnlijk toch minder zijn) niet stoppen in de vaste lasten van een ambtenarenapparaat, maar direct in de samenleving. En dat zonder onnodige bureaucratische controle, die vaak meer kost dan oplevert. Vertrouwen in de burger, zonder goedgelovig te worden. Enz.

12) De decentraliseringsoperatie gaat, zoals het er nu uitziet, gepaard met een gigantische bezuiniging, maar desondanks zal het gemeentelijke budget ruwweg verdubbelen. Dat is in de verste verte voor de gemeente geen aanleiding om het ambtenarenapparaat drastisch uit te breiden, noch om de nieuwe taken gemakshalve bij bureaucratische, bovengemeentelijke organisaties onder te brengen en ook niet om dure externe adviesbureaus in te huren.

 Nu al is de overheveling van zorgtaken naar de gemeenten bezig in de categorie grote leugens te vallen. Het argument was immers dat gemeenten dichter bij de mensen staan en daardoor de zorg beter, doelgerichter en specifieker kunnen uitvoeren. Wat blijkt in de praktijk? Deze taakoverheveling wordt door gemeente- en provinciebestuurders gebruikt als drukmiddel om gemeenten te laten fuseren. Dat betekent dat gemeenten dus juist verder van de mensen af komen te staan (en niet alleen op het vlak van de zorg) wat volkomen in strijd is met het beoogde doel van de overheveling. Ook zien we dat gemeenten de zorg gaan inkopen bij grote, landelijk opererende bedrijven, wat dus ook niets te maken heeft met zorg dichter bij de mensen organiseren. Amsterdam besteedt een deel van z’n huidige zorgtaken bijvoorbeeld al uit aan een landelijk bedrijf en het internationale schoonmaak- en cateringbedrijf Facilicom bereidt zich voor om in de zorgmarkt te stappen.

Wij vinden dat een zorgwekkende ontwikkeling die wel eens desastreus zou kunnen uitpakken voor zorgbehoevende mensen. Wij kiezen daarom voor een kleinschalige aanpak, bijvoorbeeld zoals door het van onder op tot stand gekomen werkprincipe van Buurtzorg.

Aansluitend bij punt 11) wordt dus gestreefd naar het faciliteren van initiatieven in de samenleving of zo nodig het overnemen daarvan en aansluiting bij reeds bestaande en bewezen expertorganisaties.

Bovenop de decentraliseringsoperatie komt straks nog de Participatiewet waar de gemeenten ook verantwoordelijk worden voor de uitvoering. Alleen al het feit dat er landelijk 35 regio’s komen, terwijl er ruim 400 gemeenten zijn laat zien dat ook hier de gemeenten feitelijk niet zelfstandig tot uitvoering in staat zijn.

Er zijn gemeenten met 600.000 inwoners en met 10.000 inwoners. De gemeente bestaat dus niet. Overheveling van overheidstaken naar de gemeente is dus een voorbeeld van Haagse werkelijkheid die niet overeenkomt met de echte werkelijkheid. De provincie Friesland heeft ruwweg hetzelfde aantal inwoners als grote steden in het westen. Het ligt dus voor de hand om de decentralisering plaats te doen vinden middels provinciebrede samenwerking onder regie van de provincie. Daarmee wordt tevens voorkomen dat er allerlei gemeentelijke samenwerkingsverbandjes ontstaan die dan mogelijk, net als wat grotere gemeenten die denken het tóch zelf te kunnen, allemaal opnieuw het wiel gaan proberen uit te vinden. Dit zal leiden tot grote verspilling en rechtsongelijkheid voor burgers.

13) De gemeenteraad is het hoogste orgaan in een gemeente en dus simpel gezegd de baas. Dit dient in Harlingen duidelijker tot uiting te komen.

Leden van het college van B&W die qualitate qua functies bekleden als commissaris, toezichthouder e.d. of optreden namens de gemeente, bijv. als aandeelhouder, of lid, doen dat  nadrukkelijk namens de gemeenteraad en worden daartoe zo nodig door de raad geïnstrueerd. Vervolgens dienen zij verantwoording af te leggen aan de raad. Namens wie spreken ze immers als e.e.a. niet gebeurt en hoe kan de raad wethouders controleren als ze niet weet wat ze doen?

De burgemeester bekleedt een bijzondere positie omdat hij wettelijke bevoegdheden heeft waar de raad niet over gaat. Maar afgezien daarvan geldt het bovenstaande ook voor hem.

14) In de tweejaarlijkse verkiezing van MKB-vriendelijkste gemeenten is Harlingen een van de allerslechtst scorende Friese gemeenten, wat betekent dat Harlingen ook landelijk ergens onderaan bungelt. Dat vraagt dringend om verbetering.

 Zo’n verkiezing moet je uiteraard met de nodige korrels zout nemen; toch is zo’n lage plaats een veeg teken. De gemeente gaat daarom op de kortst mogelijke termijn in gesprek met de Harlinger ondernemers om boven tafel te krijgen waar het aan schort. Daarbij zal niet alleen gesproken worden met bestuurders van ondernemersverenigingen, maar ook met ongeorganiseerde ondernemers en met individuele leden van ondernemersverenigingen. Door alleen met bestuurders te praten, niet alleen in dit concrete voorbeeld, ontstaat een gefilterd beeld van de werkelijkheid, dat veelal geen recht doet aan die werkelijkheid. Het gemeentebestuur behoort zich breder te oriënteren.

15) Harlingen is geen plattelandsgemeente en dus niet specifiek een agrarische gemeente. Dat neemt niet weg dat hier sprake is van een belangrijke bedrijfstak.

 De agrarische bedrijfstak in de gemeente kan daardoor gemakkelijk een ondergeschoven kindje worden. Om de betreffende behoeften, wensen en problemen te inventariseren onderhoudt de gemeente nauwe contacten met de lokale agrariërs, niet via de besturen van regionale organisaties, maar met de ondernemers zelf.

16) Bodemdaling = dijkdaling en dus een gevaar voor Harlingen en Friesland.

De gemeente Harlingen stelt zich voor de veiligheid van haar inwoners dus op het standpunt: Laat het zout maar zitten. Bovendien is de zoutwinning een vorm van penny wise, pound foolish:  de winsten van de zoutwinning (miljoenen) zijn voor de aandeelhouders, terwijl de gemeenschap t.z.t. financieel mag opdraaien voor de gevolgen, zoals verdere dijkverzwaring, waarvan de schattingen nu al in de miljarden lopen.

Burgers (m.n. in Wijnaldum) die menen schade te lijden door de zoutwinning worden door de gemeente serieus genomen. En dan is de zoutwinning veel korter aan de gang dan de gaswinning in Groningen en iedereen weet inmiddels wat dáár aan de hand is. Ook in Groningen zijn de mogelijke lange termijngevolgen jaren lang gebagatelliseerd, zoals Frisia en anderen ook met de zoutwinning (of dat nu onder land of onder zee is) doen.

De gemeente Harlingen stelt zich actief op tegen de zoutwinning, ook als ze niet zelf, maar andere overheden over de vergunningen gaan.

17) De gemeente spant zich in om zowel actieve als passieve cultuurbeleving te bevorderen.

Cultuur en het bevorderen daarvan door de overheid is meer dan alleen een kwestie van beschaving en niveau. Het is ook “platvloers” eigenbelang dat de gemeente zich op dit gebied inspant. Cultuur maakt dat een gemeente aantrekkelijk is om te wonen. En in een tijd van aankomende krimp is het van belang dat je als gemeente zo aantrekkelijk mogelijk bent. Als mensen hier graag willen wonen, willen bedrijven zich hier ook graag vestigen, al is daar natuurlijk nog heel wat meer voor nodig. Daarnaast is voor een gemeente die zich op het toerisme wil richten, zoals Harlingen, een grote verscheidenheid aan culturele uitingen – festivals, galeries, museums, noem maar op – van het grootste belang. Dat mag niet geval voor geval bekeken worden met de simpele blik van de boekhouder – wat kost dat? – maar dient onderdeel te zijn van het totaalplaatje: wat is Harlingen en wat willen wij Harlingers?

18) Sport vervult een soortgelijke rol als cultuur en is daarnaast van belang voor de volksgezondheid, voor iedereen, jong of oud.

 Ook bij het ontwikkelen van het sportbeleid past dus niet de oogkleppenblik van een financiële krentenweger. Wat niet betekent dat het geld niet op kan, maar dat er bij financiële problemen niet simpelweg gehakt en bezuinigd wordt, maar alle registers van creatief denken en regelen worden opengetrokken. En dat beperkt zich dus niet tot het instellen van een ambtelijke commissie, maar het actief aan de slag gaan met de betrokken burgers.

19) De gemeente onderzoekt hoe het aanzicht van de stad verbeterd kan worden.

De gemeente treedt in overleg met het bedrijfsleven, burgers en creatievelingen om te bezien hoe het zicht op de stad bij nadering vanaf de landzijde verfraaid kan worden. Dit kan bijvoorbeeld middels groen, maar ook door muurschilderingen op de grote blokkendoosgebouwen aan de Nieuwe Industriehaven. (Om de gedachten te bepalen: zie als voorbeeld de beschildering van het hoogbouwmagazijn van het Centraal Boekhuis in Culemborg).

20) Aan de al jaren bestaande onvrede dat er jaarlijks honderdduizenden toeristen door Harlingen stromen zonder dat de stad daar iets aan heeft, wordt door de gemeente de komende jaren eindelijk serieus aandacht geschonken.

 Harlingen wil terecht inzetten op toerisme en dan ligt het voor de hand aandacht te besteden aan al die toeristen die Harlingen nu alleen beschouwen als een (lastige) stop op weg naar de eilanden. Die mensen hoeven hier immers niet eerst naar toe gehaald te worden, ze zijn er al. Maar ze moeten nog wel door de stad verleidt worden. Een van de aandachtspunten hierbij is de voor iedereen zichtbare ontbrekende organische schakel tussen de veerhaven en de stad. Tijdens de door de Kamer van Koophandel georganiseerde stadsschouw van juni 2013 werd daar terecht met enige nadruk de vinger op gelegd.

21) De bevolkingskrimp is begonnen en zal waarschijnlijk de komende 25 jaar doorgaan.

De gemeente ontwikkelt een positief ingesteld krimpbeleid. Op alle beleidsterreinen zal met de krimp rekening gehouden worden, in de eerste plaats door maatregelen te nemen die de krimp voor Harlingen kunnen tegengaan, maar ook door niet door te gaan met een vanzelfsprekend groeibeleid zoals dat in het verleden kon.

22) De gemeentefinanciën moeten op orde zijn. Ja. Maar is dat hetzelfde als de boekhoudkundige stelling dat de gemeente elk jaar een sluitende begroting moet hebben? Nee.

 Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen lopende kosten en investeringen. Het kan voor de gemeente veel voordeliger zijn om een aantal jaren begrotingstekorten te hebben door investeringen te doen dan om elk jaar een sluitende begroting te hebben.

Het is algemeen bekend dat de rente momenteel historisch laag is. En ook dat het in de bouw slecht gaat waardoor de prijzen laag zijn. Dat maakt dat het voor de gemeente heel voordelig kan zijn om nú te investeren in bouwprojecten die anders over 2, 4, 6, 8 jaar toch moeten plaatsvinden, maar dan tegen zeer waarschijnlijk hogere rentes en hogere prijzen. De tekorten van nu leveren zo de meevallers van dan. Bovendien kunnen die investeringen zo geregeld worden dat ze de plaatselijke economie een duwtje in de rug geven.

Geen korte termijnbeleid en idem begroting dus, maar lange termijn visie en idem begroting. – Zelfs “Brussel” gaat per 1 september a.s. meer verschil maken tussen kosten en investeringen: bepaalde uitgaven die tot nu toe als kosten geboekt werden mogen dan als investeringen geboekt worden en tellen daardoor niet meer mee voor het financieringstekort van een land of de hoogte van de staatsschuld. Wat in Europa kan, kunnen wij in Harlingen ook. –

Aan de kostenkant spreekt het vanzelf dat de gemeente zo effectief en efficiënt mogelijk omgaat met het geld van de burgers, zeg maar zuinig is. Maar je kunt als politieke partijen niet, om in het gevlei van die burgers te komen, een sinterklaasverlanglijstje neerleggen van wat de gemeente allemaal moet doen en tegelijkertijd zeggen dat de lasten niet omhoog mogen of zelfs verlaagd moeten worden. Je zult keuzes moeten maken en die aan de burgers moeten uitleggen of voorleggen. Ook willen we allemaal dat Harlingen goede en gekwalificeerde ambtenaren heeft en aantrekt. Dan moet je die mensen als werkgever wel wat te bieden hebben. Ook dat kan geld kosten.

Voor niets gaat de zon op, maar dat geldt helaas niet voor gemeentelijke voorzieningen. Naar de bevolking toe moet je eerlijk zijn: geen lastenverhogingen kán betekenen dat voorzieningen verminderd worden. En andersom.

Mocht bezuinigen onontkoombaar zijn dan zal er nadrukkelijk op gelet worden dat er niet bezuinigd wordt op zaken die onomkeerbaar zijn, bezuinigingen dus die bij een herstel van de gemeentelijke financiën niet ongedaan kunnen worden gemaakt.

23) Het gemeentelijk jeugdbeleid dient vooral ook positief te zijn.

Bij jeugdbeleid gaat het al gauw on negatieve zaken: drugs, overgewicht, schooluitval, vandalisme enz. En dat wordt alleen maar erger als dat beleid gestoeld wordt op een slecht GGD-rapport, zoals vorig jaar gebeurde. Niet alleen moet het beleid een deugdelijker onderbouwing hebben dan dat GGD-rapport, maar er moet nadrukkelijk ook een positief ingesteld beleid komen.

Je hoort vaak: er is in Harlingen voor jongeren niets te doen. Aan zo’n kreet heb je niet veel, maar hij mag wel gezien worden als een signaal om eens uit te zoeken waar het volgens de jongeren zelf aan schort in de gemeente.

24) De sociaal en medisch zwakkeren in de samenleving worden gesteund en waar nodig beschermd. De gemeente draagt daar naar vermogen het hare aan bij.

 De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen is een bekend gezegde. Opgepast dient echter te worden dat dit geen wereldvreemd mantra wordt. Nederland is een van de meest genivelleerde landen in de wereld. Enkele duizenden zgn. grote graaiers aan de top dienen aangepakt te worden, maar zijn een uitzondering, een afwijking zelfs, die niets af doet aan het genivelleerde systeem in ons land, statistisch is dat aantal mensen niet eens in de cijfers terug te vinden. De gemeente dient op te passen voor het optuigen van een hulpsysteem waardoor mensen gevangen komen te zitten in de armoedeval, die maakt dat eigen initiatief en inzet afgestraft worden.

Bij het verplichten van mensen met een uitkering tot werkzaamheden zal heel nadrukkelijk voorkomen moeten worden dat daarbij sprake is van het beconcurreren van reguliere banen. Ook zullen die mensen niet gedwongen worden zinloos en daarmee vernederend werk te doen alleen maar om ze zogenaamd werkervaring te laten opdoen.

25) De gemeente Harlingen zet op alle terreinen in op duurzaamheid.

 Milieu mag niet beschouwd worden als een kostenpost, maar is, zeker op lange termijn, ook een opbrengst.

Ook lichtvervuiling is milieuvervuiling. Het kassencomplex bij Sexbierum zou lichtarm worden, maar verlicht nu al de nachtelijke hemel terwijl het complex nog lang niet klaar is. De gemeente spant zich in om de lichtvervuiling, zeker ook bij verdere uitbreiding van de kassen, terug te dringen.

26) De gemeente Harlingen zet in op het gebruik van open source software, ook daar waar ze samenwerkt met anderen.

Dit sluit aan bij en gaat een stap verder dan het officiële overheidsbeleid tot het toepassen van open standaarden. Op den duur leidt dit tot grotere onafhankelijkheid t.o.v. (semi)monopolisten in de softwarebranche en tot lagere kosten voor de overheid.

27) De verhoging van de AOW-leeftijd is een slechte zaak en deels a-sociaal uitgevoerd.

 De zgn. Kunduzcoalitie (VVD, CDA, GroenLinks, D66 en Christen Unie) heeft in 2012 haastig een bezuinigingsakkoord  gesloten van maar liefst 12,4 miljard Euro, nadat het kabinet Rutte 1 was gevallen. Onderdeel van dit akkoord, bedoeld om aan de Brusselse eisen te voldoen, waren onder meer: een versnelde verhoging van de AOW-leeftijd, verhoging van de BTW, extra huurverhoging voor de middeninkomens, (verdere) beperking van de hypotheekrente-aftrek, hogere eigen bijdragen in de zorgverzekering, extra bezuiniging op de zorg, enz. enz. De regering Rutte 2 (VVD en PvdA) heeft hier wat verschuivingen in aangebracht, maar het meeste overgenomen. De verhoging van de AOW-leeftijd is door de VVD-PvdA regering nog verder versneld.

De regering Rutte 2 wordt op dit moment overeind gehouden door de Christen Unie, SGP en D66. Daarmee zijn bijna alle landelijke politieke partijen medeverantwoordelijk voor de enorme kaalslag die de laatste paar jaar heeft plaatsgevonden – en nog plaatsvindt – in de zorg, de economie, de cultuur, de sociale zekerheid en ga zo maar door. Een buitengewoon treurige zaak die Nederland onnodig diep de put in gewerkt heeft, met o.a. een recordaantal werklozen als gevolg.

28) De aantrekkingskracht van het centrum van de stad dient versterkt te worden.

 Leegstand in het centrum is fnuikend voor de stad. Het is vervelend voor de inwoners, schadelijk voor de overige winkels en slecht voor de aantrekkelijkheid van Harlingen als toeristische bestemming. De gemeente spant zich daarom tot het uiterste in om leegstand te bestrijden. Dit houdt onder andere overleg in met pandeigenaren, maar ook dat er onderzocht wordt of en hoe er zo nodig een leegstandsheffing kan worden ingevoerd bij langdurige leegstand.

Slot)  De gemeente zal zich voortdurend en op alle niveaus inspannen om de afvaloven gesloten te krijgen.

 Uit het rapport van de Noordelijke Rekenkamer blijkt zonneklaar dat de afvaloven er niet had mogen komen. En wat niet had mogen komen, dient te verdwijnen. Dat kan niet? Dat kan wel degelijk. De wet geeft die mogelijkheid. Natuurlijk zijn de tegenkrachten enorm en zal het dus heel moeilijk zijn om sluiting af te dwingen, maar het is een kwestie van wíllen, niet van kúnnen. We leven in een rechtsstaat en de wet geldt ook voor de provincie en Omrin.

Keer op keer blijkt dat de vergunningseisen voor de REC gemanipuleerd worden om de oven open te houden, waarbij de provincie, zoals vanaf het begin, een dubieuze rol speelt en niet handhaaft en niet optreedt, zoals van een betrouwbare overheid verwacht mag worden. Het rapport van de Noordelijke Rekenkamer spreekt wat de opstelling van de provincie betreft  boekdelen.

Uiteraard zal de gemeente zich wel houden aan een rapport als bedoeld in par.1 van dit programma. Mede daarom is de volstrekte onafhankelijkheid van de deskundigen die het onderzoek gaan uitvoeren van cruciaal belang. Het bekende gezegde “wie betaalt, bepaalt” mag hierbij op geen enkele wijze een rol spelen.

PS. Burgers meer bij gemeente en politiek betrekken.

 In het verkiezingsprogramma van Frisse Wind van 2010 – en ook in het toenmalige coalitieprogramma – stond het e.e.a. over burgerparticipatie, -betrokkenheid en het aanboren van de vele kennis en ervaring die er onder de burgers is en die raadsleden niet allemaal zelf kunnen hebben. En zie: de burgemeester van Noordwijk (van het CDA nog wel) doet anno 2014 in zijn nieuwjaarstoespraak het voorstel tot het opzetten van een digitaal burgerforum, waar burgers per onderwerp dat in de raad aan de orde is hun kennis en ervaring kunnen inbrengen t.b.v. het besluitvormingsproces van de gemeente.

Kortom: we waren in 2010 gewoon onze tijd vooruit!

PPS. Dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt m.b.t. wegen, stoepen, fietspaden, verlichting en wat dies meer zij is zo vanzelfsprekend dat we dat niet in een verkiezingsprogramma hoeven op te nemen of uit te werken.

 

Waarom moet een lokale partij zich uitspreken over algemene, landelijke politiek/maatschappelijke onderwerpen? Zaken dus waar een gemeenteraad niet over gaat.

Als u er over doordenkt kunt u het antwoord zelf ook wel bedenken, maar voor het gemak hebben we het op onze site gezet: wadnpartij.nl

Antwoord:

Om te laten zien waar je maatschappelijk voor staat, vanuit welke algemene visie je politiek bedrijft. Lokale politiek gaat niet alleen over hondenpoep en losse stoeptegels. En om te duiden hoe je lokale vraagstukken benadert is het goed te laten zien wat je maatschappijvisie is. Lokale afdelingen van landelijke partijen hoeven zich daar niet druk om te maken, die krijgen dat van huis uit mee van hun landelijke partij. Als je zegt VVD-Harlingen, of PvdA-Harlingen of SP-Harlingen dan heb je als kiezer meteen een beeld van die partijafdeling, zonder nog iets af te weten van hun lokale programma’s.

Dat beeld moeten we als lokale partij ook vestigen, door ons naast lokale onderwerpen ook uit te (durven) spreken over algemeen maatschappelijke onderwerpen. Bovendien krijgt de kiezer dan een beter beeld van hoe wij lokale onderwerpen zullen benaderen die verder gaan dan die bekende hondenpoep.