De eerste “echte” gemeenteraadsvergadering

Afgelopen woensdag 14 mei was de eerste “echte” gemeenteraadsvergadering zoals die voortvloeide uit de verkiezingen van 19 maart 2014. Aan de orde was o.a. het coalitieprogramma van PvdA, CDA en Harlinger Belang. Hieronder vindt u de tekst van dat programma en de inbreng van Wim Wildeboer, raadslid van de WAD’N PARTIJ Harlingen. En tevens de tekst van de motie die door de WPH is ingediend, welke met alleen de stemmen van WPH, CU en GL voor is verworpen.

Meneer de voorzitter,

In de schaduwfractie van de WAD’N PARTIJ hebben we mekaar met vraagtekens in de ogen zitten aankijken over dit coalitieprogramma. Wat moeten we hiermee? Sterker nog: wat ís dit eigenlijk? Het is zo vaag en algemeen dat je er alle kanten mee op kunt en iedereen kan er wel iets van zijn gading in vinden. Zelfs de concrete punten die genoemd worden zijn vervolgens weer vaag verwoord.

Onze conclusie is dat het helemaal geen coalitieprogramma is. Dit is een raadsprogramma. En dat wordt in de inleiding ook omfloerst toegegeven.

Maar aan een raadsprogramma werkt een grote meerderheid van de raad mee. Dít raadsprogramma is door slechts drie partijen, met de kleinst mogelijke meerderheid, geschreven. En dan mag de oppositie zich daarbij aansluiten. Nou, wat ons betreft zit de wereld zo niet in mekaar.

Maar als men een raadsprogramma wil, waarom spreekt men dan van een coalitie? Wij hebben maar een ding kunnen bedenken: om de wethoudersposten onder mekaar te kunnen verdelen. Daartoe breidde men het aantal wethouders met maar liefst 50% uit en stuurde men een goed ingewerkte wethouder op wachtgeld, waardoor de post wethouderskosten in Harlingen in één klap verdubbeld wordt. Is dat in het belang van Harlingen? Nee, dat is in het belang van deze zogenaamde coalitie. Alledrie een zeteltje dicht bij het vuur. Hoe gaat de coalitie dit in deze tijd van bezuinigingen uitleggen aan de bevolking?

Vergelijk deze achterkamertjes handjeklap eens met de open en transparante gang van zaken van vier jaar geleden. De toenmalige coalitie, ook met een meerderheid van slechts één zetel, nodigde alle partijen uit om zitting te nemen in een sollicitatiecommissie voor nieuwe wethouders. Dat de toenmalige oppositie dat niet deed is hun zaak, maar de procedure was open en transparant. Na het vertrek van wethouder De Boer is dezelfde heldere weg gevolgd. Toen heeft de CU als enige van de oppositiepartijen wel aan deze open procedure meegewerkt.

Meneer de voorzitter. De PvdA is nogal geporteerd van een wethouder die weet, om de heer Kuiken te citeren, “wat er leeft op de hoek van de Voorstraat”. Tja. Wij hebben liever een wethouder die weet waar hij het over heeft. Die weet hoe hij zaken kan doen voor Harlingen. Die weet hoe hij Harlingen op de kaart kan zetten en sterker kan maken. Volgens de heer Kuiken moeten wethouders aan de rand van het sportveld staan. En dan vervolgt hij letterlijk: “Dat doen zij niet. Men vliegt donderdagmiddag terug naar Leiden of Zeeland.” Afgezien van de onheuse toon van de heer Kuiken over de wethouders Le Roy en Glasbeek zeggen wij hierbij dat er niks mis is met wethouders langs de rand, maar wij hebben liever wethouders er midden in. Midden in de zaken die voor Harlingen van belang zijn. Die er voor knokken dat er überhaupt genoeg sportvelden zijn om bij langs de rand te staan. Maar ook culturele activiteiten, een bibliotheek, een museum, noem maar op. Wethouders die er voor zorgen dat de inwoners van de gemeente aan dat alles ook mee kunnen doen. En of zo’n wethouder vervolgens in z’n vrije tijd op de hoek of de rand van de Voorstraat rondhangt zal me worst wezen.

Kort samengevat: wij hebben liever een wethouder die níet weet wat er aan de rand van het sportveld leeft dan een wethouder die dat wél weet en ons vervolgens met een afvaloven opzadelt. Maar op dat onderwerp kom ik uiteraard nog terug.

Mensen en partijen kunnen verschillende maatschappijvisies hebben en verschillende opvattingen en dat komt in de politiek dan tot uiting in meningsverschillen. En dat speelt zeker ook een rol bij mijn oordeel over dit programma. Maar er is ook iets anders: een enorm gevoel van teleurstelling. Dit programma is visie- en futloos: een onderzoekje hier, een vooruitschuivertje daar, een afwachtingkje zus, een dooddoenertje zo. Het is vaagheid alom wat de klok slaat. Zelfs de concreet benoemde onderwerpen zijn vervolgens vaag verwoord.

Meneer de voorzitter. Wij begrijpen dat zo’n programma een compromis is. In dit geval van twee partijen die vanaf het begin vóór de afvaloven waren en een partij die daar tegen was. Toch zijn wij zeer teleurgesteld over de oppervlakkige – en als je er goed over nadenkt zelfs nietszeggende – woorden die er aan de afvaloven gewijd worden. Als ik het even vertaal dan staat er: gaat u maar rustig slapen, wij houden het voor u in de gaten. Nee, dát zal de ongerustheid in Harlingen wegnemen.

Laat het duidelijk zijn: de WAD’N PARTIJ wil dat er zo gauw mogelijk een eind komt aan het gedonder rond die afvaloven, want dat verpest veel voor de stad. Laat er geen misverstand over bestaan: de verpeste sfeer in de stad kwam minder door de coalitie van 2010 dan door het doordrukken van die afvaloven tegen de wil van de meerderheid van de bevolking in. En dat ziekt maar door. Capaciteitsuitbreiding, buitenlands afval, geen transport over water, geen openheid over uitstoot, ga zo maar door. De ongerustheid neem je niet weg met de dooddoener uit dit programma, ik citeer: “De gemeente zal … de reststoffenenergiecentrale nauwlettend volgen…”

Er is maar een manier waarop de ongerustheid weggenomen kan worden: een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar alle gezondheids- en milieuaspecten van de REC, die volledig openbaar worden gemaakt.

De teleurstelling in dit programma die wij voelen heeft ook te maken met het ontbreken van enige urgentie. Werk, werk, werk was de slogan van de PvdA bij de verkiezingen. Helemaal mee eens, maar van de urgentie daarvan vinden we in dit programma niets terug. In de campagne dacht PvdA-lijstaanvoerder de heer Kuiken een paar maal mij een lesje economie te moeten en kunnen leren. Nu mag hij denken wat hij wil, zelfs onbezonnen gedachten, want de gedachten zijn vrij, om dat mooie oude sociaal-anarchistische lied maar eens aan te halen, maar het grappige is dat zijn partijleider de heer Samsom in een groot interview in de Volkskrant een paar weken geleden wezenlijk hetzelfde bepleitte als ik en waarop de heer Kuiken mij dus meense terecht te moeten wijzen. Namelijk dat het de hoogste tijd wordt dat de overheid de economie gaat aanjagen. Investeringen naar voren halen i.p.v. uitstellen. Hetzelfde staat trouwens ook in het verkiezingsprogramma van de CU. We hebben net nog kunnen zien wat een voordelen dat de gemeente kan opleveren. De aanneemsom voor de Pollendam is tientallen procenten lager dan wat de gemeente er voor uitgetrokken had. Dat voordeel heb je alleen als je nú investeert, niet als je wacht dat mogelijkerwijs door het aantrekken van de wereldeconomie ook de Nederlandse economie weer uit het dal is gekropen. Bovendien kun je er de lokale en regionale economie een boost door geven.

Niets van dat soort stappen in het programma te vinden.

In de sociale paragraaf van het programma duikt opeens de zinsnede op: “Daarom is het bestrijden van misbruik een prioriteit.” Nu hoort bestrijden van misbruik altijd de volle aandacht te hebben, maar “prioriteit”? Prioriteit t.o.v. wat? En waarom? Zijn er aanwijzingen dat het met de omvang van het misbruik goed fout zit?

Zorg baart de mensen momenteel grote zorgen. In het hele land zijn gemeenten bezig zich zo goed en zo kwaad als dat kan schrap te zetten voor de grote klap die op 1 januari 2015 moet gaan vallen. En wat meldt dit programma daarover? Zegge en schrijve 13 regels met dooddoeners en vaagheden.

Nou ja, zo zit dit hele programma in mekaar.

Bij cultuur wordt een concreet punt aangestipt: Onderzoek naar privatisering van het Hannemahuis. Maar waarom? Vanuit welke achterliggende gedachte? Moet het tot een bezuiniging leiden? Zo ja, zeg dat dan, dan weten we uit welke hoek de wind waait. Of is het juist de bedoeling het Hannemahuis sterker te maken, zodat het nog beter zijn rol kan vervullen als een van de steunpilaren onder het toerismebeleid. Maar moet daarvoor eerst weer een ongetwijfeld duur onderzoek voor gedaan worden? Kun je dan niet beter beginnen met eens om de tafel te gaan zitten met de directeur van het museum? Dat kost niets want die is al in dienst van de gemeente.

Tot slot, want het heeft weinig zin om punt voor punt alle beschreven onderwerpen af te vinken.

Het Jeugd- en jongerenbeleid. Je kunt politieke meningsverschillen hebben en daar zakelijk bij blijven. Maar hier maak ik me echt boos over. Geen woord over hoe de gemeente jongeren kan enthousiasmeren en steunen. Geen woord over het feit dat jongeren zeggen dat er in Harlingen, afgezien van sport, geen moer te doen is. Alleen maar geklaag over drugs en alcohol. Sex en rock & roll ontbreken anders waren we terug in de jaren ’50.

Voor zover drugs en alcohol een probleem zijn hoort dat bij zorg thuis, niet bij jeugd- en jongerenbeleid. Hou eens op met jeugd altijd in een adem te noemen met problemen. Dit hoofdstuk gaat niet over jeugdbeleid, maar is het opgeheven vingertje van sommige vaders en moeders en opa’s en oma’s.

Ik wil de coalitie met klem vragen om eens op te komen met die genoemde onderzoeken en rapportages waar ze het over heeft.

Ipv een ondersteuning van de burgemeesters die de regering oproepen een einde te maken aan de criminalisering van cannabis, waar gelukkig ook onze burgemeester zich achter heeft geschaard, wordt er in dit programma hel en verdoemenis gepreekt over cannabis. Terwijl een ouderwets katholiek land als Uruguay onlangs cannabis heeft gelegaliseerd probeert het coalitieprogramma van Harlingen de ontwikkelingen juist terug te draaien door aan bangmakerij te doen.

Aan het eind van het jeugdhoofdstuk staan een paar positieve opmerkingen. Die gaan alleen niet over jeugdbeleid maar over onderwijs. Nu gaat de gemeente daar niet over, maar toch heel mooi dat de gemeente initiatieven voor beroepsopleidingen steunt en stimuleert. Alleen,  het blijft bij die open deur. Geen hoe, wat, waar. Vaagheid als dit hele programma.

De motie ingediend door WPH:

2014–5-14 motie